Nederland staat aan het begin van een revolutie in de viskwekerij, waar traditionele landbouwmethoden steeds meer plaats maken voor duurzame aquacultuur. Deze sector groeit niet alleen sneller dan de landbouw van landbouwwortels, maar vormt ook een cruciale schakel in het bereiken van de Europese doelen voor duurzame voedselproductie. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bedroeg de Nederlandse visproductie in 2022 ongeveer 130.000 ton, waarvan zo’n 60% uit aquacultuur. De vraag naar kweekvis is in de afgelopen vijf jaar met meer dan 30 procent gestegen, mede door de toenemende bewustwording over het milieuvriendelijke karakter van aquacultuur ten opzichte van traditionele visvangst.
Een van de belangrijkste innovaties in de Nederlandse aquacultuur is de ontwikkeling van gespecialiseerde kweekomgevingen die zowel efficiëntie als milieuvriendelijkheid combineren. Bijvoorbeeld, het project van link heeft zich gefocust op het integreren van biofiltratie en recirculatie-technologieën om watergebruik te verminderen tot minder dan 10 procent van het gebruik bij traditionele kweekmethoden. Deze technieken zijn essentieel om de uitstoot van stikstof en fosfor, die vaak een probleem vormen in openbare visvijvers, te beperken. De Nederlandse overheid heeft hierin een belangrijke rol gespeeld door subsidies te bieden aan ondernemingen die innovatieve systemen implementeren, zoals de zogenaamde ‘kwekerijen van de toekomst’ in de provincie Zeeland.
De sector maakt ook gebruik van geavanceerde genetische en voedingsmethoden om de productie te optimaliseren. Zo heeft de Nederlandse viskwekerij in de afgelopen jaren een aanzienlijke verbetering zien komen in de groeisnelheid van kweekvis door het selecteren van rassen die minder voedsel nodig hebben en sneller kunnen groeien. Bijvoorbeeld, de ‘Zeelandse kreeft’ en de ‘Kweekzalm uit Drenthe’ zijn nu standaardproducten met een voedselconversie-efficiëntie van ongeveer 1,5 tot 2,0, in plaats van de traditionele 2,5 tot 3,0. Deze verbeteringen dragen bij aan een schaalvergroting, waardoor de viskwekerijen meer concurrentie kunnen opstarten tegen importvis uit landen met minder duurzame praktijken.
Een ander opvallend aspect is de toename van de focus op lokale en regionale markten. Door de kweekvis direct te produceren in Nederland, kunnen zowel consumenten als ondernemers profiteren van een snellere levering en een lager CO₂-voetafdruk. Dit is vooral relevant in tijden van logistieke knelpunten en klimaatverandering. De export van kweekvis naar het buitenland is nog steeds een belangrijke bron van inkomsten, maar binnenlandse vraag naar ‘made in the Netherlands’ visproducten is in de laatste jaren met ongeveer 25 procent gestegen. Dit getal wordt gedreven door een groeiend bewustzijn van de kwaliteit en duurzaamheid van de Nederlandse productie.
Toch blijven uitdagingen bestaan. Zo is de overgang naar duurzame aquacultuur niet zonder risico’s. Bijvoorbeeld, de kosten van de geavanceerde technologieën zijn nog steeds een obstakel voor kleine kwekerijen, die vaak minder dan 50.000 ton vis per jaar produceren. Daarnaast zijn er regelmatig debatten over de impact van aquacultuur op de lokale waterkwaliteit, vooral in gebieden waar traditionele visvijvers nog steeds dominant zijn. Om deze uitdagingen aan te pakken, werken onderzoeksinstellingen zoals het Wageningen Marine Research samen met kwekerijen om betere monitoringsmethoden te ontwikkelen en de integratie van aquacultuur met andere landbouwactiviteiten te verbeteren.
De toekomst van de Nederlandse aquacultuur lijkt belovend. Met de steun van zowel de overheid als de private sector, en door middel van innovatieve technieken en duurzame praktijken, kan de sector een belangrijke rol spelen in het voeden van een groeiende wereldbevolking zonder de natuurlijke hulpbronnen te belasten. De komende jaren zullen we waarschijnlijk zien dat meer ondernemingen zich richten op het ontwikkelen van gespecialiseerde producten, zoals zalm met een verlaagde vettengehalte of kreeft met een hogere biologische waarde. Zo blijft Nederland een voorbeeld in de wereld van duurzame aquacultuur.
- Nederland produceert jaarlijks ongeveer 130.000 ton vis, waarvan 60% uit aquacultuur.
- Door recirculatie-technologieën kan het watergebruik in kweekomgevingen worden beperkt tot minder dan 10%.
- De voedselconversie-efficiëntie van kweekzalm en kreeft is sinds 2018 met ongeveer 30% verbeterd.
- De binnenlandse vraag naar ‘made in the Netherlands’ kweekvis is in de afgelopen vijf jaar met 25% gestegen.
- De overheid biedt subsidies voor innovatieve aquacultuurprojecten, zoals de ‘kwekerijen van de toekomst’ in Zeeland.